18-12-2009 Feiten over antidepressiva boven tafel
Bron: elsevier.nl
Een miljoen Nederlanders slikt antidepressiva. Toch blijkt uit
onderzoek dat ze lang niet altijd helpen. En de bijwerkingen zijn niet mals: je zou er dik, suf en impotent van
worden. Wat is waar en niet waar? Dertien stellingen over antidepressiva getoetst.
Antidepressiva werkt vaak niet
Antidepressiva worden onderverdeeld in klassieke en moderne antidepressiva. De
klassieke TCA’s (tricylische antidepressiemiddelen) beïnvloeden de heropname van diverse hersenstofjes. De nieuwe
generatie SSRI’s (selectieve serotonine heropname-remmers) beïnvloeden alleen het stemmingsstofje serotonine.
Prozac was de eerste van de SSRI’s, andere zijn Lexapro, Zoloft, venlafaxine en paxil. SSRI’s worden ook wel
voorgeschreven bij angststoornissen. Een derde groep, de MAO-remmers, wordt alleen bij ernstige depressie
voorgeschreven. Hiervoor moet u een speciaal dieet volgen.
Stelling 1 Antidepressiva zijn bijna zo gewoon geworden als een pijnstiller
Beetje waar. In 2008 werden 7,3
miljoen recepten voor antidepressiva voorgeschreven aan een kleine miljoen mensen. Dat aantal is de laatste tien
jaar enorm gestegen. In 1997 bedroeg het aantal voorschriften nog een ‘luttele’ 2,9 miljoen.
Stelling 2 Antidepressiva werken niet altijd
Waar. Van een grootschalige studie in 2008 naar vier soorten
antidepressiva luidt de conclusie dat antidepressiva eigenlijk alleen helpen bij mensen die ernstig depressief
zijn. Psychiaters wisten dit al langer. Eerste keus bij lichte depressies, zo staat in de richtlijn voor
psychiaters, is psychotherapie. Of het even aankijken. De helft van de depressies gaat namelijk binnen drie maanden
vanzelf over.
Stelling 3 Goede medicatie is moeilijk, omdat depressie niet begrepen wordt
Waar. De wetenschap begrijpt nog te
weinig van het depressieve brein. Er zijn allerlei theorieën over depressie. Maar geen van deze theorieën is de
beste theorie. Mogelijk werken moderne antidepressiva niet, omdat deze zich richten op een verstoring in de
serotoninebalans, terwijl het aantal aanwijzingen groeit dat andere stressystemen en stresshormonen als cortisol en
urocortine een belangrijke rol spelen. Er bestaan nog geen antidepressiva die op het stresssysteem inwerken.
Stelling 4 Antidepressiva werken goed bij angst en paniek
Waar. De middelen die inwerken op serotonine, blijken
goed te helpen bij angst-, dwang- en paniekstoornissen. Maar antidepressiva worden ook ingezet bij mannen die hun
orgasme willen uitstellen en tegen onbegrepen klachten. Hoogleraar psychiatrie Rob van den Bosch noemt het in de
Volkskrant een soort allround-medicatie.
Stelling 5 Van antidepressiva wordt u dik en impotent
Niet per se waar. Het farmaceutisch kompas noemt
gewichtstoename (maar ook afname) en seksuele bijwerkingen, zoals libidoverlies en uitgesteld orgasme. Maar in
hoeverre dat bijwerkingen zijn is niet altijd duidelijk, omdat ze ook een gevolg kunnen zijn van de depressie. Bij
alle bijwerkingen gaat het bovendien om kansen: iedereen reageert anders op medicatie. Zo werken antidepressiva
eetlustbevorderend - antipsychotica zijn daar zelfs om berucht - maar niet bij iedereen en niet bij iedereen in
dezelfde mate. En zo krijgen sommige patiënten seksuele klachten, maar lang niet iedereen.
Stelling 6 Van antidepressiva wordt u een gevoelloze zombie
Niet waar. Gevoelloosheid is geen bijwerking van
antidepressiva, maar een symptoom van een ernstige depressie. Wanneer mensen opknappen, gaan ze juist weer meer
voelen. Wel constateren mensen die antidepressiva slikken vanwege een angststoornis soms een vervlakking van
gevoelens, die ze vervelend vinden.
Stelling 7 Moderne antidepressiva werken beter dan de oude
Niet waar. Bij een ernstige depressie zijn oude
middelen als MAO-remmers en TCA’s, en een klassieke behandeling als ECT (elektroshock) nog altijd het
effectiefst.
Stelling 8 De nieuwe antidepressiva hebben minder bijwerkingen
Deels waar. Bij nieuwe middelen (SSRI’s) heeft u
minder kans op hinderlijke bijwerkingen als zweten en een droge mond, maar er zijn weer andere. Zijn het bij de
oude TCA's vooral duizeligheid, obstipatie, droge mond, wazig zien en transpireren. Bij de moderne gaat het om
misselijkheid, diarree, angst, agitatie of nervositeit, slapeloosheid, hoofdpijn en verhoogde bloedingsneiging.
Gewichtstoename lijkt bij SSRI’s wat minder op te treden, seksuele klachten wat meer.
Stelling 9 Mensen die antidepressiva slikken stoppen daarmee vanwege de bijwerkingen
Deels waar. Naar schatting
30 tot meer dan 60% van de patiënten gebruikt de medicatie niet volgens voorschrift. Een deel heeft hinder van
seksuele bijwerkingen of overgewicht en stopt daarom de medicatie. Anderen durven er niet mee te beginnen uit angst
voor de bijwerkingen. Maar bedenk dat die bijwerkingen lang niet altijd hoeven op te treden en dat medicatie altijd
in overleg met de behandelaar kan worden aangepast.
Stelling 10 Antidepressiva verhogen de zelfmoordneiging
Niet waar. Daar bestaat althans nog veel onduidelijkheid
over. In algemene zin neemt zelfmoord af door behandeling met antidepressiva, omdat er minder depressies zijn. In
een individueel geval kunnen remmingen wegvallen, terwijl de stemming nog niet verbeterd is. De
stemmingsverbetering laat namelijk vaak wat langer op zich wachten. Deze afname van remming zou in een ernstige
depressie soms tot zelfmoord kunnen leiden. Soms ook neemt de angst in het begin van de behandeling toe, maar of
dat tot zelfmoord leidt is niet bekend.
Stelling 11 Alleen een psychiater mag antidepressiva voorschrijven
Niet waar. De huisarts mag het ook en doet
het zelfs veel vaker. Van alle recepten voor antidepressiva wordt volgens het RIVM ongeveer 80% voorgeschreven door
de huisarts. De huisarts stelt vaak de diagnose, waarna de patiënt meestal bij hem onder behandeling blijft. Een
verwijzing naar een psychiater is nodig bij twijfel over de diagnose, bij ernstige depressies (bijvoorbeeld met
zelfmoord of psychoses), als de behandeling niet werkt en als de patiënt al eerder psychiatrische behandeling
kreeg. Een psycholoog is geen arts en mag geen medicatie voorschrijven.
Stelling 12 Praten is beter dan pillen
Niet waar. Bij ernstige depressies kunnen we eigenlijk niet buiten
medicatie of electroconvulsieve therapie (ECT), aangevuld met psychotherapie. Bij minder ernstige gevallen heeft
psychotherapie de voorkeur. Voor bepaalde aandoeningen zijn bijzonder effectieve psychotherapieën ontwikkeld, zoals
toenemende blootstelling (exposure) bij fobieën en cognitieve gedragstherapie bij een angststoornis.
Stelling 13 Antidepressiva zijn verslavend
Niet waar. Maar zomaar staken is onverstandig, afbouwen moet
geleidelijk en in overleg met de arts. Wel verslavend zijn slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines), die u
helpen als u onrustig bent, last heeft van angstgevoelens en als u slecht slaapt. Al na twee weken dagelijks
gebruik kan gewenning optreden. De werking van deze medicijnen neemt af, en u heeft u er steeds meer van nodig om
hetzelfde effect te bereiken
Feiten over antidepressiva boven tafel
Depressie Medicijnen
|